Tekort aan kleine betaalbare woningen?

Deze vraag wordt recentelijk vaak gesteld.

De groei van de bevolking met veel één- en tweepersoonshuishoudens en de vergrijzing, waardoor er veel één- en twee persoons-senioren huishoudens bijkomen, zorgt voor een groeiende vraag naar kleine(re) en betaalbare woningen (zie tabel CBS). Niet direct in de categorie ‘Tiny Houses’ of appartementen, maar gewoon kleine betaalbare (huur)woningen. Woonkamer, slaapkamer, badkamer, keuken en buitenruimte (tuintje of balkon), etc. Klein maar met voldoende woongenot.

De vraag naar kleine woningen stijgt hard

In de Randstad is de vraagdruk enorm en ontkomen we er niet aan de hoogte in te gaan met torenflats en appartementen. Mits er schaarse ruimte is kan er nieuwbouw worden gepleegd. Echter net buiten de Randstad en de grote steden, in een groot deel van Nederland dus, is de behoefte aan gestapelde bouw minder en zijn er vooral veel grote grondgebonden woningen. Het aantal één en tweepersoonshuishoudens is hier echter ook fors en stijgt nog steeds. En dus ontstaat er ook daar langzaam een tekort aan kleine betaalbare woningen, vooral in de sociale huur.

Die grondgebonden woningen zijn er in de jaren 60, 70 en 80 van de vorige eeuw veel gebouwd. Ze worden volop gerenoveerd en verduurzaamd de laatste jaren en de aankomende decennia. Deze woningen kunnen echter ook prima worden ingezet om aan de groeiende vraag naar kleine woningen te voldoen. Door ze te verdubbelen (splitsen), kunnen we van een grote woning twee kleinere maken. O.a. met het concept van de Woningverdubbelaar© van FM Consultants en Van Schagen Architecten.

Concept ontwikkelen samen met woningcorporaties

Inmiddels zijn we concreet met twee woningcorporaties aan de slag om een grondgebonden woning (type doorzon- en tuinkamer) te splitsen in twee bruikbare kleinere woningen. Betaalbaar en praktisch ‘verdubbelen’. De eerste ervaringen met het concept willen we dan ook graag delen:

  1. Grondgebonden woningen (>110 m2) mét een zolderverdieping lenen zich (nog) beter voor verdubbeling. De slaapkamer op de 2e verdieping biedt extra functionaliteit en vierkante meters en er zijn mogelijkheden voor een extra kamer (kleine 2e slaapkamer/hobbykamer);
  2. Een berging aan de voorzijde is handig om de toegang tot beide woningen goed te regelen, mits er ruimte is voor een extra berging aan de achterzijde;
  3. Bij een kopwoning kan de entree van de benedenwoning aan de zijkant worden gerealiseerd. daarmee voorkom je kruisende verkeersstromen bij de entree;
  4. Soms is een kleine functionele uitbouw aan de voorzijde voldoende voor een goede entree van de 2 woningen;
  5. Omdat N=1 bij dit soort woningsplitsingen is het belangrijk om te kijken of er voldoende repeteereffect is (voldoende van hetzelfde type)…

 

Hoe pakken we dat aan?

  • Wat we belangrijk vinden in de 1e fase is dat corporaties een dergelijke aanpak vinden passen in hun beleid, in hun portefeuillestrategie en in hun woningmarktvisie.
  • We beginnen met een quick scan van mogelijke woningcomplexen/types; zijn er qua ligging en typologie geschikte woningen?
  • Op basis van een aangeleverde pilotwoning maken we een analyse en werken we 2 of 3 varianten uit van de verdubbelaar.
  • We presenteren de voorstellen (eventueel in overleg met de gemeente) en de woningcorporatie maakt een keuze (een of meerdere varianten).
  • Op basis van de uitgewerkte tekeningen en keuzes (varianten) maken we een investeringsopzet.
  • Na goedkeuring en besluitvorming kan het overleg met bewoners worden opgestart.
  • Dit concept leent zich vervolgens goed om als uitvraag in de markt weg te zetten (planmatig dan wel bij mutatie).
  • In de 2e fase dient voorbereiding en uitvoering plaats te vinden.

 

Voor meer info: neem contact op met Carlo Muller, Giel Thijssen van FM Consultants of Klaas Waarheid van Van Schagen Architecten.




Ga terug